Boswachtersvetbollen / Vogels voeren
Ze zijn wereldberoemd in heel Zoetermeer: de enige echte Zoetermeerse boswachtersvetbollen voor vogels. Op bestelling gemaakt door natuurgids ('boswachter') Rob Wiewel, exclusief voor de abonnees op Rob's digitale Natuurnieuwsbrief*. Hij weet wel wat goed is voor buitenvogels. Daarom zijn die vetbollen ook zo lekker.
Wat zit er in?
Onder andere zonnebloemzaden, gebroken mais, tarwe, millet (een soort gierst), hennep, safflour (distelsoort), erwtjes, boekweit, havervlokken, rozijnen, soms pinda’s. En natuurlijk ongezouten frituurvet. De omverpakking kan verschillen: van plastic bakje tot een doorgesneden melkpak.
.
Supermixvetbol
Evenals vorig jaar maken we ook dit jaar weer de supermixvetbol: een voor vogels smakelijke mix van bovengenoemde ingrediënten. Een aantal vetbollen (supermixvetbol 'de luxe') is bovendien aangevuld met o.a. volrijpe lijsterbessen, ligusterbessen, meidoornbessen en/of sleedoornbessen, door Rob met de hand geplukt in het Westerpark en in het Buytenpark. Een tijdrovende en prikkelende klus, want meidoorn en sleedoorn zitten niet alleen vol met bessen, maar ook met doorns. Lijsterachtigen zijn dol op de bessen, maar ook spreeuwen lusten er wel pap van. In het Westerpark zagen we een roodborst een meidoornbes opeten.
.
Wat kost het?
Zo’n rijk gevulde supermixvetbol weegt ruim een pond (!) en kost minimaal € 5,–. De helft van dit bedrag komt ten goede aan de Natuurclub voor kinderen. Ook het geld wat u eventueel extra geeft, gaat naar de Natuurclub. U mag dat geld natuurlijk ook rechtstreeks overmaken. (Zie op de site de pagina: Uw steun aan de Natuurclub voor kinderen).
.
U krijgt bij uw bestelling ook een kaart waarmee u gratis de fraaie kleurenbrochure van Vogelbescherming Nederland: 'Meer vogels in de tuin' kunt aanvragen. Met interessante informatie hoe ze leven, wat ze eten, hoe je nestkastjes maakt en nog veel meer.
En verder.
Levering van de boswachtersvetbol(len) alleen aan abonnees op de Natuurnieuwsbrief*, in Zoetermeer, en niet per post. Bezorgkosten: € 2,50 als u buiten de Zoetermeerse wijk Buytenwegh De Leyens woont. Stuur uw bestelling vòòr eind november per mail naar: zoetermeernatuur@hotmail.com met vermelding van uw naam, adres, telefoonnummer, wijk(nummer) en het gewenste aantal supermixvetbollen (maximaal drie per klant) en maak het juiste bedrag meteen over op giro 1203331 t.n.v. R. Wiewel, Zoetermeer. Betaling bij aflevering mag ook. Wel graag gepast. Uw ontvangt per mail een bericht wanneer uw bestelling wordt geleverd.
*Abonnee worden.
Als u in Zoetermeer (of omgeving) woont, kunt u abonnee worden op de Natuurnieuwsbrief. U kunt dan ook de boswachtersvetbol(len) bestellen. Kijk voor informatie en aanmelden op www.natuurnieuwsbrief.web-log.nl
Reacties.
Elly Verschoor: "Vorig jaar had ik ook vetbollen van Rob. Hij maakte toen veel kleinere. Deze grote lijken me ook prima. Ik vind het een uitkomst, geen gedoe of troep in mijn keuken."
.
Bert Rheenen: "In de dierenwinkel of op de markt kocht ik wel eens van die vetbollen in plastic netjes. Dat schijnt toch vrij riskant te zijn. Vogeltjes kunnen er in verstrikt raken. Deze zogenaamde boswachtersvetbollen van Rob vind ik ideaal. Ik heb er meteen drie besteld. Kan ik even vooruit."
.
Anja de Knegt: "Ik ben niet zo'n voorstander van vogels voeren. Ik vind dat de vogels zo veel mogelijk zelf hun kostje bij elkaar moeten zoeken. Tegelijk besef ik dat er veel groen verdwijnt, ook in tuinen, die worden steeds meer betegeld. Ik heb nu toch drie van die grote vetbollen bij Rob besteld, na aandringen van mijn kinderen. Die zijn onlangs met Rob op natuurontdekkingstocht geweest en daar praten ze nog steeds over. Ik vind ook dat Rob goede dingen doet."
.
Petra Vinke: "Rob is commercieel niet voor een kleintje vervaard. Vijf euro voor zo'n vetbol, hoe goed de samenstelling ook zal zijn, vind ik best pittig. Aan de andere kant heb ik het er wel voor over, want ik vind het een geweldig idee dat de helft van de opbrengst ten goede komt aan de Natuurclub voor kinderen, alweer zo'n leuk geesteskind van Rob. Dus Rob, ik zal drie supermixvetbollen bestellen en ik maak rechtstreeks vijf euro extra over, voor jouw Natuurclub."
.
Wilt u nog veel meer weten over het voeren van vogels, duik dan maar eens in onderstaand rapport.
.
Rapport: 'Is het verantwoord om vogels het hele jaar door te voeren'?
.
Zijn tuinen belangrijk voor vogels?
.
Uit dit onderzoek komt naar voren, dat tuinen steeds belangrijker worden voor de overleving van vogels. Met het verdwijnen van geschikte leefgebieden trekken tuinen steeds meer vogels aan. Vele vogelsoorten zoeken in tuinen naar geschikte nestplaatsen of naar voedsel. Welke vogelsoorten onze tuinen bezoeken is afhankelijk van het seizoen, van de omgeving en van het voedselaanbod. Duidelijk is wel dat het hele jaar door vele vogels onze tuinen bezoeken. Met het veranderen van de leefgebieden en gebrek aan natuurlijke voedselbronnen trekken steeds meer vogels van het agrarische landschap en omliggende bosgebieden in de winter naar onze tuinen in de hoop hier wel voldoende voedsel te vinden. Toch blijken ook in tuinen het aanbod aan natuurlijke voedselbronnen beperkt te zijn.
Het is daarom zinvol om bij te voeren om een te kort aan natuurlijke voedselbronnen aan te vullen en zo vogels te helpen die al in tuinen voorkomen, maar ook vogels die vanuit het buitengebied naar tuinen trekken. Zo helpen we niet alleen de vaste tuinbezoekers maar juist ook vogels uit het buitengebied.
.
Heeft het bijvoeren van vogels in de winter invloed op de overlevingskans?
.
De winter is voor vogels een zware periode. Veel natuurlijke voedselbronnen zijn niet of maar mondjesmaat bereikbaar en de koude maakt dat ze juist extra energie nodig hebben om hun lichaamstemperatuur op peil te houden. Om de lichaamstemperatuur op peil te houden moeten vogels veel eten. Het zoeken naar voedsel vindt vooral in de vroege ochtend plaats en in de namiddag, net voor de schemer: in de vroege ochtend om hun energieverlies in de nacht te compenseren en aan het einde van de dag om hun vetpercentage te verhogen om de koude nacht te overleven. In gebieden waar het aanbod aan natuurlijke voedselbronnen beperkt is blijken vogels vooral in de ochtend hun vetpercentage sterk te verhogen. Deze vogels zijn er niet zeker van dat ze gedurende de rest van de dag voldoende voedsel kunnen vinden. Vogels die wel beschikking hebben over voldoende voedsel bouwen hun vetpercentage geleidelijk op gedurende de dag.
Onder extreem lage temperaturen neemt het foerageergedrag af en zoeken vogels een beschutte plek. Hier zitten ze ruisloos, met opgezette veren te wachten op betere tijden. Het stil blijven zitten kost waarschijnlijk minder energie dan het zoeken naar voedsel. Vogels blijven langer foerageren tijdens slechte weersomstandigheden wanneer ze worden bijgevoerd dan vogels die niet worden bijgevoerd. Hierdoor kunnen vogels ook onder mindere omstandigheden hun vetpercentages op peil houden. Onder extreme weersomstandigheden liggen de vetpercentages bij vogels beduidend lager dan tijdens milder weer.
Bij voldoende aanbod aan voedsel foerageren vogels ook in de late ochtend en vroege middag, mogelijk om concurrentie te voorkomen.
Vogels blijken zich niet helemaal vol te eten. Ze vergroten dan wel het risico van verhongeren, maar ze vallen minder makkelijker ten prooi aan predatoren. Hun lichaamsgewicht is dan ook een compromis tussen de kans op verhongeren of het risico van predatie.
Met het bijvoeren in de winter vergroot u de overlevingskans van vogels. Vogels hoeven namelijk minder energie te steken in het zoeken naar voedsel en ze kunnen beter hun lichaamsgewicht afstemmen aan de omstandigheden, waardoor ze minder risico lopen om gepakt te worden door een roofvogel of kat. Vogels die worden bijgevoerd hebben een beduidend hogere overlevingspercentage dan vogels die niet worden bijgevoerd.
Vooral aan het einde van de winter, wanneer het natuurlijke voedsel gelimiteerd is, gedurende de dagen met de kortste daglengte, waarbij de beschikbare tijd voor het foerageren beperkt is, en tijdens extreme weersinvloeden speelt bijvoeren een belangrijke rol bij de overleving van een individu.
Met het bijvoeren helpt u niet alleen de vogels die het hele jaar door in uw tuin aanwezig zijn, maar ook vogelsoorten uit het buitengebied, die onze tuinen bezoeken in de hoop hier voedsel te vinden. De ene soort trekt meer profijt uit het bijvoeren dan een andere soort. Ook per individu verschilt dit. Een dominante vogel profiteert meer van het bijvoeren dan een vogel die lager in de rangorde staat. Dit verschil wordt kleiner wanneer er meer voedsel aanwezig is.
Bijvoeren vergroot dus ook de overlevingskans van vogels lager in de rangorde.
Bij mezen is aangetoond dat relatieve broeddichtheid in het voorjaar toeneemt met het aanbieden van extra voedsel. Meer vogels overleven de winter en meer vogels kunnen dus gaan broeden. Het is aannemelijk dat dit ook geldt voor een groot aantal andere vogelsoorten. In dorpen en steden kan het aanbod aan voldoende nestgelegenheid een beperkende factor zijn.
.
Worden vogels lui en vet door bij te voeren?
.
Vogels worden niet lui en vet. Dit neemt namelijk een groot risico met zich mee. Lui en vet betekent namelijk minder oplettend en minder wendbaar en dus een makkelijke prooi voor predatoren. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat vogels hun lichaamsgewicht balanceren.
Uit het foerageergedrag van vogels blijkt dat wanneer zij beschikking hebben over voldoende voedsel ze juist actiever zijn dan vogels die maar een beperkt aanbod aan voedsel hebben.
Met het bijvoeren blijven vogels actief en kunnen ze beter hun lichaamsgewicht op een constant peil houden.
.
Worden vogels afhankelijk door bij te voeren?
.
Vogels nemen niet het risico afhankelijk te worden van één voedselbron. Valt een voedselbron weg dan zouden ze niet meer terug kunnen vallen op andere voedselbronnen. Gelukkig vallen vogels makkelijk terug op andere voedselbronnen. Dit moet wel, in de winter is de kans namelijk aanwezig dat op de een op andere dag een voedselbron niet meer bereikbaar is. In gebieden met een standaard tekort aan natuurlijke voedselbronnen kunnen vogels voor hun overleving wel meer zijn aangewezen op het voedsel dat wij ze aanbieden.
.
Heeft het bijvoeren van vogels in het voorjaar invloed op de overlevingskans?
.
Met het bijvoeren van vogels in het voorjaar worden de overlevingskansen vergroot. Juist in het voorjaar blijken vele vogels te sterven door gebrek aan natuurlijk voedsel. Zaden die zich hebben gevormd in de herfst zijn opgegeten of vergaan en het aanbod aan insecten in onze tuinen zijn beperkt door te weinig groen. Het voorjaar is juist de periode van het jaar dat vogels veel moeten eten om te kunnen broeden.Vinden ze niet genoeg voedsel dan stellen ze het broeden uit. Het uitstellen kan bij koolmezen betekenen, dat ze te laat broeden en daardoor de rupsenpiek mislopen.
Het voeren van jongen kost erg veel energie en levert veel stress op bij vogels. Bij een te kort aan voedsel betekend dit een afname in lichaamsgewicht en vitaliteit van de volwassen vogels. Het bijvoeren helpt de vogels vitaal te houden en zorgen ervoor dat de jongen voldoende voedsel krijgen. Vogels hoeven dan ook minder tijd in het zoeken naar voedsel te steken waardoor er voor sommige mannetjes tijd over blijft om te zorgen voor nakomelingen bij een ander vrouwtje.
De verandering van het klimaat heeft invloed op de vogels in onze omgeving. Hogere temperaturen in het vroege voorjaar hebben tot gevolg dat het aanbod aan insecten en vooral rupsen niet meer parallel loopt met het uitkomen van jonge vogels van o.a. de mezen en bonte vliegenvangers, waardoor ze de rupsenpiek missen en hun jongen niet van voldoende voedsel kunnen voorzien.
Het aanbieden van voedsel in het voorjaar wordt met het veranderen van het klimaat steeds belangrijker. Op deze manier helpen wij de volwassen vogels toch aan voldoende voedsel om vitaal te blijven en om hun jongen groot te brengen.
.
Is het bijvoeren slecht voor jonge vogels?
.
In dit rapport komt naar voren dat het aan te bevelen is om ook in het voorjaar bij te voeren. In de loop van het voorjaar en tijdens het broedseizoen kunnen vogels met jongen moeite hebben met het vinden van geschikt voedsel voor hun zelf en voor hun jongen. Voor vele vogelsoorten geldt dat zij hun jongen voeren met insecten. Door bij te voeren eten de volwassen vogels, bij voedselgebrek, van de zonnebloemzaden en gehakte pinda’s terwijl ze hun jongen voeren met alle insecten die ze vinden. Ook als er wordt bijgevoerd, krijgen de jongen van hun ouders eerst insecten voorgeschoteld. Pas als ook de jongen niet genoeg insecten meer kunnen krijgen, voeren de ouders deze jongen zaden en ander voer dat wij aanbieden. Wordt er niet bijgevoerd, in tijden met voedselgebrek, dan is de kans erg klein dat de jongen uitvliegen. Door bij te voeren wordt deze kans vergroot. Ondanks het feit dat jonge vogels kunnen stikken in pinda’s en ze de pinda’s moeilijk kunnen verteren, is het toch aan te bevelen om pinda’s aan te bieden. Pinda’s hebben namelijk een hoog olie- en proteïnegehalte. Voor volwassen vogels zijn pinda’s dus erg voedselrijk.
Tegenwoordig zijn speciale pindasilo’s op de markt, waaruit vogels alleen kleine stukjes pinda’s kunnen peuteren. Hierdoor is de kans op verstikking kleiner en kunnen de pinda’s beter verteerd worden.
Het bijvoeren in het voorjaar heeft grote potentie voor vogelsoorten die normaal gesproken minder productief zijn in tuinen door een geringere hoeveelheid natuurlijk voedsel.
.
Eindconclusie
.
Uit de verschillende onderzoeken naar de invloed van bijvoeren op vogels, die in de loop der jaren hebben plaatsgevonden, komt naar voren dat het verantwoord is om vogels in onze tuinen het hele jaar door bij te voeren. Het blijkt zelfs nuttig te zijn om vogels het hele jaar door van extra voer te voorzien. Hiermee is de doelstelling van het rapport bereikt, namelijk:
een antwoord te vinden op de vraag of het verantwoord is om vogels in de tuin het hele jaar door bij te voeren.
.
Met het bijvoeren wordt de overlevingskans van de vogel vergroot. Meerdere onderzoeken hebben aangetoond dat vogels die gevoerd worden in het voorjaar eerder gaan broeden, meer eieren leggen en meer jongen groot brengen. Met het veranderen van het klimaat wordt het steeds belangrijker vogels ook in het vroege voorjaar bij te voeren.
Het bijvoeren van vogels in het voorjaar en zomer in tuinen, zorgt ervoor dat de vitaliteit van de vogels wordt vergroot, waardoor meer vogels kunnen overleven en meer jongen groot gebracht kunnen worden. Ook zwakkere vogels kunnen voldoende aansterken om te gaan broeden. Bij gebrek aan voldoende natuurlijk voedsel kunnen vogels toch nog hun jongen grootbrengen. De kans dat jonge vogels verkeerd voedsel binnen krijgen, zoals hele pinda’s, waarin ze kunnen stikken, is erg klein en kan nog verder verkleind worden door pinda’s alleen aan te bieden in speciale pindasilo’s.
De meeste van deze onderzoeken hebben plaatsgevonden in de natuurlijke leefomgevingen van vogels. Het is mogelijk dat vogels die in dorpen en steden leven anders reageren op het bijvoeren dan de vogels in hun natuurlijke omgeving. Er is een goede reden om aan te nemen dat vogels in dorpen en steden meer profiteren van het bijvoeren dan vogels in hun natuurlijke omgeving, omdat in dorpen en steden het natuurlijk voedselaanbod veel lager is dan in de buitengebieden.
In de eindconclusie komt naar voren dat het bijvoeren van vogels het hele jaar door meer voor- dan nadelen heeft. Aan de hand van de resultaten uit dit rapport kan een leidraad worden opgesteld voor het geven van advies over het bijvoeren van vogels en daarmee is het tweede doel van dit rapport bereikt, namelijk:
.
te komen tot een handreiking voor een leidraad voor het geven van advies over het bijvoeren van vogels, welke wordt onderbouwd door resultaten uit veldstudies, en mogelijk leiden tot een grotere bewust wording bij een breed publiek voor het belang van de natuur in onze directe omgeving.
.
Discussie
.
Er zal altijd een discussie blijven bestaan of we nu wel of niet vogels het hele jaar door moeten blijven voeren. Er zijn altijd mensen die blijven vinden dat wij de natuur zijn gang moeten laten gaan. Maar er zijn ook mensen die vinden dat er geen ongestoorde natuur meer is in Nederland en dat het nuttig is om vogels te helpen met het bijvoeren.
In dit rapport komt in ieder geval naar voren dat het bijvoeren van vogels het hele jaar door niet slecht is en zelfs meer voordelen heeft. Een goed argument om bijvoeren te stimuleren is het vergroten van de natuurbeleving bij een breed publiek. De bewustwording voor de prachtige natuur in de directe omgeving vormt de basis voor succesvolle bescherming.
.
Aanbevelingen
.
Dit rapport geeft een uitvoerig beeld van het voedselgedrag van vogels. Met dit beeld kan een antwoord geven op onder andere de vraag wanneer vogels foerageren, op welke moment in het jaar hebben zij het moeilijk om natuurlijk voedsel te vinden en hoe reageren vogels op extreme weersomstandigheden. Deze gegevens kunnen helpen bij het opstellen van een gericht advies over het voeren van vogels het hele jaar door.
In het advies kan komen te staan welk voedsel in welk jaargetijde het beste gevoerd kan worden. Onder welke omstandigheden het bijvoeren belangrijk is. Hoeveel we moeten bijvoeren. Welk voer we het beste kunnen aanbieden en hoe we concurrentie om het voedsel kunnen verkleinen.
Met dit advies kan nog beter ingespeeld worden op de behoefte en daarmee de overlevingskans van de vogels. Het advies kan goed onderbouwd worden met gegevens uit dit onderzoek. Door mensen gericht advies te geven over het bijvoeren van vogels kunnen mensen meer betrokken raken bij de natuurbeleving in hun directe omgeving.
Het is daarom aan te bevelen om een handleiding op te zetten over het voeren van vogels het hele jaar door.
.
Literatuur
.
U kunt de uitgebreide literatuurlijst aanvragen door een mailtje met dat verzoek te sturen naar: zoetermeernatuur@hotmail.com

1 december 2008 at 08:08
Hallo, ik vind het geweldig wat hier gebeurt. Een echte natuurliefhebber. Ook ik voer de vogels in onze tuin bij, in de winter en in het vroege voorjaar, wanneer ze met jongen zitten.
Ik heb zelf een web-log maar ik hou ook een dagboek bij op de site van groei en bloei. Daar vertelde ik over een krantenartikel dat ik las, genaamd Hongerwinter. Maar dat viel niet in goede aarde. Een mevrouw werd erg boos op mij, omdat ik het woord hongerwinter durfde gebruiken, en omdat ik vogels durfde bijvoeren. Ik plaats de link van groei en bloei hierbij, ter informatie.
Met vriendelijke groet, Thea uit Limburg.
http://www.groei.nl/index.php?id=23577&tx_ttnewsauthor_id=2002078&cHash=23e7adf192&feuid=2002078&tx_ttnewsbackPid=23824
16 november 2010 at 21:33
Lees ook dit portretje van groene pionier Peter Sneltjes, die decennia lang zelfstandig vele groengroepen in Utrecht-Lunetten van de grond tilde en zo werkte aan het milieu- en natuurbewustzijn van een hele generatie:
http://zilvervis.wordpress.com/2010/11/16/peter-sneltjes-groene-pionier/