Welkom op deze site

Rob_113_14Deze weblog is een initiatief van natuurgids Rob Wiewel, voor natuurliefhebbers in Zoetermeer en daarbuiten. Hij is dagelijks te vinden in de Zoetermeerse groen- en recreatiegebieden. Velen zien Rob als ‘de boswachter’ en zo verschijnt hij dan ook graag bij excursies en op andere momenten; in het groen gekleed, met bijpassend hoofddeksel en met de onafscheidelijke verrekijker om zijn nek. Hij draait er niet omheen dat hij dat imago zorgvuldig koestert. “Eerlijk is eerlijk, deze rol kleurt mijn leven. Ik heb er geweldig veel plezier in,” zegt hij.

Met ruim twintig jaar excursie-ervaring, onder andere voor IVN (Vereniging voor natuur- en milieueducatie) en de Stichting Bomen Over Leven, is Rob een echt buitenmens. Jaarlijks verzorgt hij tientallen natuurexcursies voor ondermeer particulieren, scholen en bedrijven en fantastische natuurontdekkingstochten voor kinderen van 6 tot 12 jaar. Bezoek vooral ook Rob’s informatieve natuurexcursiesite www.natuurexcursies.web-log.nl en lees op de pagina Reacties hoe anderen een excursie met Rob hebben ervaren.

 

 

 

U kunt Rob op Twitter volgen via http://twitter.com/@boswachterrob.

 

 

 

 

 

Reageren kan via e-mail me, zie de linkerkolom van deze site.



11 december 2006
By on 19:40
Vertrek faunabeheerder

Vanaf 1 april 2011 is de gemeentelijke faunabeheerder (boswachter) Martin Hoogkamer met de vut. 

Deze kleurrijke (groen) en breed besnorde buitenman kijkt dan terug op zijn tienjarig dienstverband bij de gemeente Zoetermeer. Daarvoor werkte hij in een vergelijkbare functie in Delft en ook was hij een aantal jaren duinwachter. Mart -‘een politieman met een groene kant’, zoals hij zichzelf omschrijft, is een natuurmens pur sang en weet -letterlijk- hoe de hazen lopen.

De gemeente Zoetermeer heeft besloten dat er na het vertrek van de huidige faunabeheerder geen nieuwe faunabeheerder wordt aangesteld, maar handhavers. De vraag is of zij over voldoende kennis van flora en fauna beschikken om ook vanuit die invalshoek een oogje in het zeil te houden. Waar zitten de uilen, waar broeden de zangvogels, hoe ontwikkelen de aantallen ganzen zich, is er sprake van schade door vossen en/of konijnen aan de gemeentelijke sportvelden en de -begraafplaatsen? Hoe staat het met de visstand na twee winters met vorst en sneeuw van betekenis? Waar en hoe vaak wordt er uitgekeken naar achtergelaten vistuig, zoals vishaakjes en vislijnen? Worden de regels m.b.t. de broedtijd nageleefd? En ga zo maar door.

IMG_1946

Rob Wiewel vindt dat de keuze: handhaver of faunabeheerder, in feite neerkomt op de vraag: willen we groen of willen we natuur? Een stad die trots is op haar flora en fauna kiest voor een faunabeheerder. Met alleen maar toezicht door handhavers kan de kwaliteit van flora en fauna volgens hem op de tocht komen te staan.

Toch is de keuze voor handhavers inmiddels op het stadhuis gemaakt. Het gemeentelijke motto: ‘Zoetermeer, stad tussen de parken’ is helaas verleden tijd. Wethouder natuur Frank Speel liet Rob desgevraagd via e-mail weten:

“Er komt geen nieuwe flora- en faunabeheerder zoals Martin Hoogkamer. Je interpretatie is correct dat het een combinatiefunctie wordt van handhaver met flora- en faunataken. Het vertrek van Martin is aanleiding geweest om nog eens naar de functie en opvolging te kijken. Wij zien als gemeente grote voordelen in het meer inbedden van de functie bij de afdeling Vergunning, Toezicht en Handhaving. Het nieuwe handhavingsbeleid vereist dat ook.

Er zal altijd iemand verantwoordelijk blijven binnen de gemeente voor het flora- en faunabeheer, want die verantwoordelijkheid vind de gemeente heel belangrijk. Aan de kennis en ervaring hoeft daarom niet te worden getwijfeld. Dat garanderen wij als gemeente met zo’n buitengebied.

Deze veranderingen vinden plaats bij het vertrek van Mart Hoogkamer.”

Publiek laat keer op keer weten dat er prijs gesteld wordt op meer toezicht. Met het inzetten van drie of vier handhavers voor de groen- en recreatiegebieden in Zoetermeer lijkt dat verzoek te kunnen worden ingewilligd.

Maar dan ook veel meer lopend en per fiets, dan met de auto (sorry, Mart). En ook door kleine stukjes groen, zoals het Prielenbos en het Prinses Amaliapark en het stuk Westerpark nabij de brug over de rijksweg. Onbekend terrein voor de handhavers? Ik neem ze graag mee. Niet alleen het Westerpark is voor mij na jaren struinen en excursies verzorgen een tweede ‘huiskamer.’ Ook in andere groengebieden voel ik mij volkomen thuis.

Verder zal duidelijk moeten worden aan wie het publiek meldingen kan doorgeven, zowel over natuuronderwerpen, als over vandalisme. Met de dagelijkse surveillance van Mart was hij voor de bezoekers een vertrouwd aanspreekpunt. Dat vervalt nu.

Uw reactie op de keuze voor handhavers in plaats van een nieuwe faunabeheerder, is welkom onder dit bericht. Uw tekst kan dan door iedereen die deze site bezoekt, gelezen worden. Wilt u liever niet zo in de openbaarheid, stuur dan vòòr 1 april een mailtje naar zoetermeernatuur@hotmail.com.

De gemeentelijke keuze voor het inzetten van handhavers in de Zoetermeerse groen- en natuurgebieden laten wij natuurlijk niet rusten. Wij nodigen de politieke partijen in Zoetermeer uit, de genomen maatregel in te trekken. Lukt dat niet, dan dringen wij er bij hen op aan om bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen (in 2013) het volgende punt in hun partijprogramma op te nemen: de functie van faunabeheerder (boswachter) wordt in Zoetermeer in ere hersteld. Eens kijken hoe groen partijen echt zijn, dus of zij dit punt niet alleen in hun partijprogramma opnemen, maar ook realiseren.

Uit een onlangs gehouden poll op deze weblog bleek overduidelijk dat de stemmers in meerderheid prijs stellen op behoud van de funtionaris faunabeheerder. In een reactie daarop liet wethouder Frank Speel (natuur, groen) weten:

De enorme respons op de poll over de opvolging van de flora- en faunabeheer heeft mij niet verrast. Ik besef dat het vertrek van de huidige, markante, faunabeheerder een belangrijk moment is. In een groene stad als Zoetermeer is het cruciaal om voldoende deskundig toezicht en handhaving in de buitengebieden te hebben. Niet alleen op papier, maar juist ook in de praktijk. De gemeente heeft drie mensen geselecteerd om deze taken uit te voeren. Ik ben er als wethouder Natuur en Groen van overtuigd dat het toezicht en handhaving op het huidige hoge niveau kan blijven. Dat zijn we aan onszelf maar ook de flora en fauna in onze groene stad verplicht. Alleen zo kunnen we ook voor onze kinderen en kleinkinderen een groene stad blijven.”

30 december 2011
By on 19:41
Kappen in groengebieden

‘Dunning’

De ‘dunning’ van ‘groen’ in de parken en recreatiegebieden kent soms een smalle basis. Zo zouden de rigoreuze kapwerkzaamheden in het Westerpark geschieden op basis van een beeldbestek. De werkzaamheden worden uitgevoerd door een aannemer die is gekozen naar aanleiding van een openbare aanbesteding. Dat kan een aannemer zijn die goedkoop is, maar geen of weinig kennis van zaken van flora en fauna heeft.

Aannemer

Een beeldbestek is simpel gezegd een plaatje, opgesteld door ambtenaren van de gemeente Zoetermeer, waarop (globaal) te zien is hoe een bepaald bosvak eruit moet gaan zien. De aannemer  kan zelf bepalen welke bomen of struiken binnen dat bosvak tegen de vlakte gaan. Als het resultaat maar (enigzins) overeenkomt met het beeldbestek.

Kaalslag

Een bijna totale kaalslag (foto linksonder), waarbij een ‘naakte’ bosbodem overblijft, is desastreus voor bijvoorbeeld zangvogels, die struikvegetatie nodig hebben voor nestbouw, vlucht- en broedgelegenheid. Het voordeel van deze kaalslag is dat zon, licht, lucht, vocht en wind de bodem maximaal  kunnen bereiken, waardoor de kans op het ontkiemen van zaden groot is. Elk nadeel heb z’n voordeel?

Pad 2 Westerpark) Pad 1 westerpark

Verjonging

Een andere vorm van kaalslag is de veel te rigoreuze dunning, waarbij alles op een hoop gegooid wordt en zon, licht, lucht, wind en vocht de bodem niet of nauwelijks kunnen bereiken (foto rechtsboven). Van de beoogde verjonging zal hier dan ook in eerste instantie geen sprake kunnen zijn. Hooguit na een aantal jaren, als de onderste laag takken is vergaan. Wel kan deze takkenhoop dienen als schuil-, vlucht- en broedplaats voor vogels en zoogdieren.

Uitbesteden

Eigenlijk zou je als gemeente het groenonderhoud niet moeten uitbesteden aan aannemers die geen enkele binding hebben met het groengebied waarin zij hun werk moeten doen. Tenzij het een aannemingsbedrijf betreft dat al jaren tot tevredenheid van de gemeente werkt en haar sporen heeft verdiend.

Foute beslissing

Ook is het naar mijn mening een foute beslissing van de gemeente Zoetermeer geweest om haar vaste onderhoudsmedewerkers, waaronder Hans Westerman en Willem van Paassen (in dienst van een aannemer) elders in de gemeente tewerk te stellen en weg te halen van het werk wat ze al vele jaren deden.

Duurzame houtsoorten

Tenslotte nog dit. Ten eerste wederom het beeldbestek. Een visuele voorstelling van het gewenste resultaat kan goed uitpakken. Maar een gemeente die trots is op haar ‘groen’ moet niet aan een (nieuwe) aannemer overlaten welk groen er gekapt wordt. Ik heb voorbeelden gezien van gekapt jong beukenhout in het Westerpark, terwijl de gemeente duidelijk heeft uitgesproken dat zij inzet op meer duurzame houtsoorten. Merk de te kappen vegetatie desnoods met witte stippen (spuitbus) of kalk en laat dat gebeuren door de verantwoordelijke gemeentelijke groenbeheerder of een ander met kennis van zaken. Dit schept duidelijkheid en verkleint de kans dat het verkeerde ‘groen’ wordt gekapt.

Stadsecoloog

Ten tweede. Elk plan waarbij ingrepen van betekenis plaatsvinden in het openbaar groen, zou opgesteld moeten worden onder begeleiding van de stadsecoloog, die ook een oogje in het zeil houdt bij de uitvoering ervan. Het planten van meer duurzame houtsoorten is op zich positief, hoewel niet over het hoofd gezien moet worden dat juist een gewone wilg van grote ecologische waarde is. Maar als door geld of onvoldoende gekwalificeerde inzet het groenonderhoud niet duurzaam gebeurt, ben je als gemeente niet geloofwaardig bezig.

Uw mening

Ik ben benieuwd naar uw mening over de rigoreuze kap in het Zoetermeerse openbaar groen en waaròm u er zo over denkt. Ook als u juist blij bent met deze ingrijpende ‘dunning’ van bomen en struiken mag u uw mening geven. U kunt uw reactie onder dit bericht in het tekstvak plaatsen. Elke bezoeker van deze site kan uw reactie dan lezen. Wilt u uw reactie niet aan de openbaarheid prijsgeven, maar liever mailen, dan is uw mailtje welkom op: zoetermeernatuur@hotmail.com.

3 februari 2011
By on 20:12
Pas op voor teken

Een beet van een teek heb je tegenwoordig zo te pakken. De beestjes komen al lang niet meer alleen in natuurgebieden voor. Ook in tuinen zijn ze te vinden en ze zijn zelfs al in Amsterdamse trams gesignaleerd.

Angst is een slechte raadgever. Maar het is goed om te weten wat je zelf kunt doen om de kans op een beet van een (besmette) teek te verkleinen. Meer weten? Kijk dan hier.

29 december 2010
By on 20:10
Tuin winterklaar maken?

Voor sommige mensen is er niets mooiers dan hun tuin ontdoen van afgevallen bladeren. Bomen en struiken worden enthousiast gesnoeid en uitgebloeide bloemen worden afgeknipt. Het geheel belandt hopelijk welgekozen in de groene container of op de composthoop. Ziezo, de tuin is -letterlijk- aangeharkt en winterklaar gemaakt. Opgeruimd staat netjes. 

Isolerende laag

Een beetje natuurliefhebber ziet dat toch anders. Bladeren mogen blijven liggen (behalve op het gras, dat anders geel wordt of zelfs gaat schimmelen) en uitgebloeide planten mogen blijven staan. Het bladafval, royaal tussen de beplanting aanwezig, bedekt de aarde en vormt zo een centimeters dikke, isolerende laag. Pissebedden en andere beestjes die in de grond leven, weten er wel raad mee. Wormen trekken de bladeren de grond in en eten ze op. In de lente is er niets meer van over. Al die beestjes die scharrelen tussen dat afgevallen blad zijn op hun beurt dankbaar voedsel voor vogels. Zo lokt u deze op een natuurlijke wijze naar uw tuin.

Bodemvruchtbaarheid

In de natuur vind je zelden een onbedekte bodem. Denk maar aan de laag bladeren in een bos of park. Uiteindelijk vormt zich door het verteerde organische materiaal, humus. Dat bevordert de bodemvruchtbaarheid. Ook bladstengels kunt u beter laten staan. Veel insecten overwinteren daarin. Die kunt u dus beter in het voorjaar afknippen dan nu. Bovendien beschermen ook dode stengels tegen strenge vorst. Het opruimen van bladeren en het weghalen van bladstengels is nu dus een onnatuurlijke bezigheid, die hooguit uw conditie ten goede komt. Bovendien komen in een strak aangeharkte tuin veel minder dieren voor. Zorg liever voor een paar rommelige hoekjes.

Snoeihout

Snoei niet alle bomen en struiken tegelijk, maar verspreid over een aantal jaren. Maak van het snoeihout wat takkenbossen. Leg het op rillen, dat wil zeggen horizontaal, tussen in de grond geslagen paaltjes. Af en toe een stok schuin steken vergroot de samenhang. Grove takken een beetje verknippen. Zo’n takkenril is goed voor de kleine flora (schimmels, zwammen) en fauna: insecten, egels, padden, nestelende vogels (roodborst, winterkoning) en voedsel zoekende vogels, muizen, spitsmuizen enzovoort. Ook is het heel handig om op deze manier van een massa takken af te komen. Een soort composthoop, maar dan anders. Er kan een jaar daarna weer bij, want hout verteert en klinkt in. U kunt ook een slordiger ogende takkenhoop maken, door losse takken gewoon op elkaar te gooien. Daar kruipen vaak padden in. Verder werkt hij hetzelfde. Het is natuurlijk in hoge mate afhankelijk van de hoeveelheid ruimte in uw tuin. Buiten de tuin een takkenril aanleggen, grenzend aan het openbaar groen, kan ook. Pon Ruiter gaf bovenstaande adviezen over snoeihout. Hij en zijn buren aan de Jachtwerf (De Leyens) legden een tientallen meters lange takkenril aan, met toestemming van de gemeente. Het resultaat is geweldig.

Sapstroom

Bomen kunnen wel in de winter worden gesnoeid, maar pas als de sapstroom volledig stilstaat, dus globaal vanaf half december tot half maart. Heesters liever in het voorjaar snoeien. Het is aan te raden snoeizagen en -tangen eerst te ontsmetten met spiritus, meent Pon Ruiter.

.

 

Op de foto: lekker veel bladafval in de tuin.

.

©Foto: Rob Wiewel

 

 

 

Volop_bladafval_in_de_tuin

27 november 2010
By on 13:37
Boswachtersvetbollen / Vogels voeren

Ze zijn wereldberoemd in heel Zoetermeer: de enige echte Zoetermeerse boswachtersvetbollen voor vogels. Op bestelling gemaakt door natuurgids ('boswachter') Rob Wiewel, exclusief voor de abonnees op Rob's digitale Natuurnieuwsbrief*. Hij weet wel wat goed is voor buitenvogels. Daarom zijn die vetbollen ook zo lekker. 

Wat zit er in?

Onder andere zonnebloemzaden, gebroken mais, tarwe, millet (een soort gierst), hennep, safflour (distelsoort), erwtjes, boekweit, havervlokken, rozijnen, soms pinda’s. En natuurlijk ongezouten frituurvet. De omverpakking kan verschillen: van plastic bakje tot een doorgesneden melkpak.

.

Supermixvetbol 

Img_1719Evenals vorig jaar maken we ook dit jaar weer de supermixvetbol: een voor vogels smakelijke mix van bovengenoemde ingrediënten. Een aantal vetbollen (supermixvetbol 'de luxe') is bovendien aangevuld met o.a. volrijpe lijsterbessen, ligusterbessen, meidoornbessen en/of sleedoornbessen, door Rob met de hand geplukt in het Westerpark en in het Buytenpark. Een tijdrovende en prikkelende klus, want meidoorn en sleedoorn zitten niet alleen vol met bessen, maar ook met doorns. Lijsterachtigen zijn dol op de bessen, maar ook spreeuwen lusten er wel pap van. In het Westerpark zagen we een roodborst een meidoornbes opeten. 

.

Wat kost het?

Zo’n rijk gevulde supermixvetbol weegt ruim een pond (!) en kost minimaal € 5,–. De helft van dit bedrag komt ten goede aan de Natuurclub voor kinderen. Ook het geld wat u eventueel extra geeft, gaat naar de Natuurclub. U mag dat geld natuurlijk ook rechtstreeks overmaken. (Zie op de site de pagina: Uw steun aan de Natuurclub voor kinderen).

.

U krijgt bij uw bestelling ook een kaart waarmee u gratis de fraaie kleurenbrochure van Vogelbescherming Nederland: 'Meer vogels in de tuin' kunt aanvragen. Met interessante informatie hoe ze leven, wat ze eten, hoe je nestkastjes maakt en nog veel meer.

 

 

Img_1727

En verder.

Levering van de boswachtersvetbol(len) alleen aan abonnees op de Natuurnieuwsbrief*, in Zoetermeer, en niet per post. Bezorgkosten: € 2,50 als u buiten de Zoetermeerse wijk Buytenwegh De Leyens woont. Stuur uw bestelling vòòr eind november per mail naar: zoetermeernatuur@hotmail.com met vermelding van uw naam, adres, telefoonnummer, wijk(nummer) en het gewenste aantal supermixvetbollen (maximaal drie per klant) en maak het juiste bedrag meteen over op giro 1203331 t.n.v. R. Wiewel, Zoetermeer. Betaling bij aflevering mag ook. Wel graag gepast. Uw ontvangt per mail een bericht wanneer uw bestelling wordt geleverd.

 

*Abonnee worden.

 

Als u in Zoetermeer (of omgeving) woont, kunt u abonnee worden op de Natuurnieuwsbrief. U kunt dan ook de boswachtersvetbol(len) bestellen. Kijk voor informatie en aanmelden op www.natuurnieuwsbrief.web-log.nl

 

Reacties.

Elly Verschoor: "Vorig jaar had ik ook vetbollen van Rob. Hij maakte toen veel kleinere. Deze grote  lijken me ook prima. Ik vind het een uitkomst, geen gedoe of troep in mijn keuken."

.

Bert Rheenen: "In de dierenwinkel of op de markt kocht ik wel eens van die vetbollen in plastic netjes. Dat schijnt toch vrij riskant te zijn. Vogeltjes kunnen er in verstrikt raken. Deze zogenaamde boswachtersvetbollen van Rob vind ik ideaal. Ik heb er meteen drie besteld. Kan ik even vooruit."

.

Anja de Knegt: "Ik ben niet zo'n voorstander van vogels voeren. Ik vind dat de vogels zo veel mogelijk zelf hun kostje bij elkaar moeten zoeken. Tegelijk besef ik dat er veel groen verdwijnt, ook in tuinen, die worden steeds meer betegeld. Ik heb nu toch drie van die grote vetbollen bij Rob besteld, na aandringen van mijn kinderen. Die zijn onlangs met Rob op natuurontdekkingstocht geweest en daar praten ze nog steeds over. Ik vind ook dat Rob goede dingen doet."

.

Petra Vinke: "Rob is commercieel niet voor een kleintje vervaard. Vijf euro voor zo'n vetbol, hoe goed de samenstelling ook zal zijn, vind ik best pittig. Aan de andere kant heb ik het er wel voor over, want ik vind het een geweldig idee dat de helft van de opbrengst ten goede komt aan de Natuurclub voor kinderen, alweer zo'n leuk geesteskind van Rob. Dus Rob, ik zal drie supermixvetbollen bestellen en ik maak rechtstreeks vijf euro extra over, voor jouw Natuurclub."

.

Wilt u nog veel meer weten over het voeren van vogels, duik dan maar eens in onderstaand rapport.

Img_1728

.

Rapport: 'Is het verantwoord om vogels het hele jaar door te voeren'?

.

 

Zijn tuinen belangrijk voor vogels?

.

 

Uit dit onderzoek komt naar voren, dat tuinen steeds belangrijker worden voor de overleving van vogels. Met het verdwijnen van geschikte leefgebieden trekken tuinen steeds meer vogels aan. Vele vogelsoorten zoeken in tuinen naar geschikte nestplaatsen of naar voedsel. Welke vogelsoorten onze tuinen bezoeken is afhankelijk van het seizoen, van de omgeving en van het voedselaanbod. Duidelijk is wel dat het hele jaar door vele vogels onze tuinen bezoeken. Met het veranderen van de leefgebieden en gebrek aan natuurlijke voedselbronnen trekken steeds meer vogels van het agrarische landschap en omliggende bosgebieden in de winter naar onze tuinen in de hoop hier wel voldoende voedsel te vinden. Toch blijken ook in tuinen het aanbod aan natuurlijke voedselbronnen beperkt te zijn.

Het is daarom zinvol om bij te voeren om een te kort aan natuurlijke voedselbronnen aan te vullen en zo vogels te helpen die al in tuinen voorkomen, maar ook vogels die vanuit het buitengebied naar tuinen trekken. Zo helpen we niet alleen de vaste tuinbezoekers maar juist ook vogels uit het buitengebied.

.

 

Heeft het bijvoeren van vogels in de winter invloed op de overlevingskans?

.

 

De winter is voor vogels een zware periode. Veel natuurlijke voedselbronnen zijn niet of maar mondjesmaat bereikbaar en de koude maakt dat ze juist extra energie nodig hebben om hun lichaamstemperatuur op peil te houden. Om de lichaamstemperatuur op peil te houden moeten vogels veel eten. Het zoeken naar voedsel vindt vooral in de vroege ochtend plaats en in de namiddag, net voor de schemer: in de vroege ochtend om hun energieverlies in de nacht te compenseren en aan het einde van de dag om hun vetpercentage te verhogen om de koude nacht te overleven. In gebieden waar het aanbod aan natuurlijke voedselbronnen beperkt is blijken vogels vooral in de ochtend hun vetpercentage sterk te verhogen. Deze vogels zijn er niet zeker van dat ze gedurende de rest van de dag voldoende voedsel kunnen vinden. Vogels die wel beschikking hebben over voldoende voedsel bouwen hun vetpercentage geleidelijk op gedurende de dag.

Onder extreem lage temperaturen neemt het foerageergedrag af en zoeken vogels een beschutte plek. Hier zitten ze ruisloos, met opgezette veren te wachten op betere tijden. Het stil blijven zitten kost waarschijnlijk minder energie dan het zoeken naar voedsel. Vogels blijven langer foerageren tijdens slechte weersomstandigheden wanneer ze worden bijgevoerd dan vogels die niet worden bijgevoerd. Hierdoor kunnen vogels ook onder mindere omstandigheden hun vetpercentages op peil houden. Onder extreme weersomstandigheden liggen de vetpercentages bij vogels beduidend lager dan tijdens milder weer.

Bij voldoende aanbod aan voedsel foerageren vogels ook in de late ochtend en vroege middag, mogelijk om concurrentie te voorkomen.

Vogels blijken zich niet helemaal vol te eten. Ze vergroten dan wel het risico van verhongeren, maar ze vallen minder makkelijker ten prooi aan predatoren. Hun lichaamsgewicht is dan ook een compromis tussen de kans op verhongeren of het risico van predatie.

 

Met het bijvoeren in de winter vergroot u de overlevingskans van vogels. Vogels hoeven namelijk minder energie te steken in het zoeken naar voedsel en ze kunnen beter hun lichaamsgewicht afstemmen aan de omstandigheden, waardoor ze minder risico lopen om gepakt te worden door een roofvogel of  kat. Vogels die worden bijgevoerd hebben een beduidend hogere overlevingspercentage dan vogels die niet worden bijgevoerd.

Vooral aan het einde van de winter, wanneer het natuurlijke voedsel gelimiteerd is, gedurende de dagen met de kortste daglengte, waarbij de beschikbare tijd voor het foerageren beperkt is, en tijdens extreme weersinvloeden speelt bijvoeren een belangrijke rol bij de overleving van een individu.

Met het bijvoeren helpt u niet alleen de vogels die het hele jaar door in uw tuin aanwezig zijn, maar ook vogelsoorten uit het buitengebied, die onze tuinen bezoeken in de hoop hier voedsel te vinden. De ene soort trekt meer profijt uit het bijvoeren dan een andere soort. Ook per individu verschilt dit. Een dominante vogel profiteert meer van het bijvoeren dan een vogel die lager in de rangorde staat. Dit verschil wordt kleiner wanneer er meer voedsel aanwezig is.

Bijvoeren vergroot dus ook de overlevingskans van vogels lager in de rangorde.

 

Bij mezen is aangetoond dat relatieve broeddichtheid in het voorjaar toeneemt met het aanbieden van extra voedsel. Meer vogels overleven de winter en meer vogels kunnen dus gaan broeden. Het is aannemelijk dat dit ook geldt voor een groot aantal andere vogelsoorten. In dorpen en steden kan het aanbod aan voldoende nestgelegenheid een beperkende factor zijn.

.

 

Worden vogels lui en vet door bij te voeren?

.

Vogels worden niet lui en vet. Dit neemt namelijk een groot risico met zich mee. Lui en vet betekent namelijk minder oplettend en minder wendbaar en dus een makkelijke prooi voor predatoren. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat vogels hun lichaamsgewicht balanceren.

Uit het foerageergedrag van vogels blijkt dat wanneer zij beschikking hebben over voldoende voedsel ze juist actiever zijn dan vogels die maar een beperkt aanbod aan voedsel hebben.

Met het bijvoeren blijven vogels actief en kunnen ze beter hun lichaamsgewicht op een constant peil houden.

.

 

Worden vogels afhankelijk door bij te voeren?

.

 

Vogels nemen niet het risico afhankelijk te worden van één voedselbron. Valt een voedselbron weg dan zouden ze niet meer terug kunnen vallen op andere voedselbronnen. Gelukkig vallen vogels makkelijk terug op andere voedselbronnen. Dit moet wel, in de winter is de kans namelijk aanwezig dat op de een op andere dag een voedselbron niet meer bereikbaar is. In gebieden met een standaard tekort aan natuurlijke voedselbronnen kunnen vogels voor hun overleving wel meer zijn aangewezen op het voedsel dat wij ze aanbieden.

.

 

Heeft het bijvoeren van vogels in het voorjaar invloed op de overlevingskans?

.

 

Met het bijvoeren van vogels in het voorjaar worden de overlevingskansen vergroot. Juist in het voorjaar blijken vele vogels te sterven door gebrek aan natuurlijk voedsel. Zaden die zich hebben gevormd in de herfst zijn opgegeten of vergaan en het aanbod aan insecten in onze tuinen zijn beperkt door te weinig groen. Het voorjaar is juist de periode van het jaar dat vogels veel moeten eten om te kunnen broeden.Vinden ze niet genoeg voedsel dan stellen ze het broeden uit. Het uitstellen kan bij koolmezen betekenen, dat ze te laat broeden en daardoor de rupsenpiek mislopen.

Het voeren van jongen kost erg veel energie en levert veel stress op bij vogels. Bij een te kort aan voedsel betekend dit een afname in lichaamsgewicht en vitaliteit van de volwassen vogels. Het bijvoeren helpt de vogels vitaal te houden en zorgen ervoor dat de jongen voldoende voedsel krijgen. Vogels hoeven dan ook minder tijd in het zoeken naar voedsel te steken waardoor er voor sommige mannetjes tijd over blijft om te zorgen voor nakomelingen bij een ander vrouwtje.

 

De verandering van het klimaat heeft invloed op de vogels in onze omgeving. Hogere temperaturen in het vroege voorjaar hebben tot gevolg dat het aanbod aan insecten en vooral rupsen niet meer parallel loopt met het uitkomen van jonge vogels van o.a. de mezen en bonte vliegenvangers, waardoor ze de rupsenpiek missen en hun jongen niet van voldoende voedsel kunnen voorzien.

Het aanbieden van voedsel in het voorjaar wordt met het veranderen van het klimaat steeds belangrijker. Op deze manier helpen wij de volwassen vogels toch aan voldoende voedsel om vitaal te blijven en om hun jongen groot te brengen.

.

 

Is het bijvoeren slecht voor jonge vogels?

.

 

In dit rapport komt naar voren dat het aan te bevelen is om ook in het voorjaar bij te voeren. In de loop van het voorjaar en tijdens het broedseizoen kunnen vogels met jongen moeite hebben met het vinden van geschikt voedsel voor hun zelf en voor hun jongen. Voor vele vogelsoorten geldt dat zij hun jongen voeren met insecten. Door bij te voeren eten de volwassen vogels, bij voedselgebrek, van de zonnebloemzaden en gehakte pinda’s terwijl ze hun jongen voeren met alle insecten die ze vinden. Ook als er wordt bijgevoerd, krijgen de jongen van hun ouders eerst insecten voorgeschoteld. Pas als ook de jongen niet genoeg insecten meer kunnen krijgen, voeren de ouders deze jongen zaden en ander voer dat wij aanbieden. Wordt er niet bijgevoerd, in tijden met voedselgebrek, dan is de kans erg klein dat de jongen uitvliegen. Door bij te voeren wordt deze kans vergroot. Ondanks het feit dat jonge vogels kunnen stikken in pinda’s en ze de pinda’s moeilijk kunnen verteren, is het toch aan te bevelen om pinda’s aan te bieden. Pinda’s hebben namelijk een hoog olie- en proteïnegehalte. Voor volwassen vogels zijn pinda’s dus erg voedselrijk.

 

Tegenwoordig zijn speciale pindasilo’s op de markt, waaruit vogels alleen kleine stukjes pinda’s kunnen peuteren. Hierdoor is de kans op verstikking kleiner en kunnen de pinda’s beter verteerd worden.

Het bijvoeren in het voorjaar heeft grote potentie voor vogelsoorten die normaal gesproken minder productief zijn in tuinen door een geringere hoeveelheid natuurlijk voedsel.

.

 

Eindconclusie

.

 

Uit de verschillende onderzoeken naar de invloed van bijvoeren op vogels, die in de loop der jaren hebben plaatsgevonden, komt naar voren dat het verantwoord is om vogels in onze tuinen het hele jaar door bij te voeren. Het blijkt zelfs nuttig te zijn om vogels het hele jaar door van extra voer te voorzien. Hiermee is de doelstelling van het rapport bereikt, namelijk:

 

een antwoord te vinden op de vraag of het verantwoord is om vogels in de tuin het hele jaar door bij te voeren.

.

Met het bijvoeren wordt de overlevingskans van de vogel vergroot. Meerdere onderzoeken hebben aangetoond dat vogels die gevoerd worden in het voorjaar eerder gaan broeden, meer eieren leggen en meer jongen groot brengen. Met het veranderen van het klimaat wordt het steeds belangrijker vogels ook in het vroege voorjaar bij te voeren.

Het bijvoeren van vogels in het voorjaar en zomer in tuinen, zorgt ervoor dat de vitaliteit van de vogels wordt vergroot, waardoor meer vogels kunnen overleven en meer jongen groot gebracht kunnen worden. Ook zwakkere vogels kunnen voldoende aansterken om te gaan broeden. Bij gebrek aan voldoende natuurlijk voedsel kunnen vogels toch nog hun jongen grootbrengen. De kans dat jonge vogels verkeerd voedsel binnen krijgen, zoals hele pinda’s, waarin ze kunnen stikken, is erg klein en kan nog verder verkleind worden door pinda’s alleen aan te bieden in speciale pindasilo’s.

 

De meeste van deze onderzoeken hebben plaatsgevonden in de natuurlijke leefomgevingen van vogels. Het is mogelijk dat vogels die in dorpen en steden leven anders reageren op het bijvoeren dan de vogels in hun natuurlijke omgeving. Er is een goede reden om aan te nemen dat vogels in dorpen en steden meer profiteren van het bijvoeren dan vogels in hun natuurlijke omgeving, omdat in dorpen en steden het natuurlijk voedselaanbod veel lager is dan in de buitengebieden.

 

In de eindconclusie komt naar voren dat het bijvoeren van vogels het hele jaar door meer voor- dan nadelen heeft. Aan de hand van de resultaten uit dit rapport kan een leidraad worden opgesteld voor het geven van advies over het bijvoeren van vogels en daarmee is het tweede doel van dit rapport bereikt, namelijk:

.

te komen tot een handreiking voor een  leidraad voor het geven van advies over het bijvoeren van vogels, welke wordt onderbouwd door resultaten uit veldstudies, en mogelijk leiden tot een grotere bewust wording bij een breed publiek voor het belang van de natuur in onze directe omgeving.

.

 

Discussie

.

 

Er zal altijd een discussie blijven bestaan of we nu wel of niet vogels het hele jaar door moeten blijven voeren. Er zijn altijd mensen die blijven vinden dat wij de natuur zijn gang moeten laten gaan. Maar er zijn ook mensen die vinden dat er geen ongestoorde natuur meer is in Nederland en dat het nuttig is om vogels te helpen met het bijvoeren.

In dit rapport komt in ieder geval naar voren dat het bijvoeren van vogels het hele jaar door niet slecht is en zelfs meer voordelen heeft. Een goed argument om bijvoeren te stimuleren is het vergroten van de natuurbeleving bij een breed publiek. De bewustwording voor de prachtige natuur in de directe omgeving vormt de basis voor succesvolle bescherming.

.

 

Aanbevelingen

.

 

Dit rapport geeft een uitvoerig beeld van het voedselgedrag van vogels. Met dit beeld kan een antwoord geven op onder andere de vraag wanneer vogels foerageren, op welke moment in het jaar hebben zij het moeilijk om natuurlijk voedsel te vinden en hoe reageren vogels op extreme weersomstandigheden. Deze gegevens kunnen helpen bij het opstellen van een gericht advies over het voeren van vogels het hele jaar door.

In het advies kan komen te staan welk voedsel in welk jaargetijde het beste gevoerd kan worden. Onder welke omstandigheden het bijvoeren belangrijk is. Hoeveel we moeten bijvoeren. Welk voer we het beste kunnen aanbieden en hoe we concurrentie om het voedsel kunnen verkleinen.

 

Met dit advies kan nog beter ingespeeld worden op de behoefte en daarmee de overlevingskans van de vogels.  Het advies kan goed onderbouwd worden met gegevens uit dit onderzoek. Door mensen gericht advies te geven over het bijvoeren van vogels kunnen mensen meer betrokken raken bij de natuurbeleving in hun directe omgeving.

Het is daarom aan te bevelen om een handleiding op te zetten over het voeren van vogels het hele jaar door.

.

 

 

Literatuur

 

.

U kunt de uitgebreide literatuurlijst aanvragen door een mailtje met dat verzoek te sturen naar: zoetermeernatuur@hotmail.com

 

 



20 oktober 2010
By on 18:58
Toekomst Buytenpark (conceptvisie)

Uitzicht_buytenpark "Het Buytenpark zal in de toekomst meer een avonturenpark worden dan een natuurgebied. Vooral rond Snowworld, dat het hart van het vernieuwde park wordt, dienen recreatieve voorzieningen te komen."

Dit citaat uit AD Haagsche Courant van woensdag 23 april 2008 verwijst naar de conceptvisie Toekomst Buytenpark, van het Zoetermeerse college van Burgemeester & Wethouders. Na politiek en maatschappelijk commentaar is de conceptvisie inmiddels aangepast. U kunt hem vinden op de website  (www.zoetermeer.nl  . Klik vervolgens op: de stad en de wijken/ruimtelijke ontwikkeling/visie Buytenpark. 
.
Wat, als de gemeenteraad met de visie akkoord gaat? In welke mate zullen dan de aanwezige natuurwaarden worden aangetast? Wat betekenen de plannen als deze werkelijkheid worden, voor natuurliefhebbers, voor de vogels, de planten en dieren die er leven?
Op 30 september boog de raadscommissie Ruimte zich weer over de zaak, op 3 november gevolgd door een openbare hoorzitting, op initiatief van de Partij van de Arbeid. Op 16 november besloot de gemeenteraad met 18 tegen 17 stemmen om niet met de door SnowWorld ingediende plannen akkoord te gaan.
Buytenparkfoto
Het nieuwe Buytenpark (begrazingsgebied) moet van de vele natuurliefhebbers en natuurorganisaties een broedgebied blijven voor vogels als de bosrietzanger, kleine karekiet, kneu, koekoek, ransuil, groene specht, nachtegaal, ringmus, visdief en zomertaling. Daarnaast komen in het park vijf soorten (spits)muizen voor en hebben de wezel en de hermelijn er hun jachtgebied. Bovendien gebruiken trekvogels het Buytenpark als tussenstop om op krachten te komen voor de trek naar het zuiden."
.
Laten we hopen dat de Zoetermeerse natuurclubs, liefst met steun van veel burgers, het Buytenpark zoals het nu is, weten te behouden. Er wordt al zo veel 'groen' opgeofferd aan 'de vooruitgang.' 
.
Foto_3_het_buytenpark_is_van_zichzeVoor of tegen.
.
Bent u voor of tegen de gemeentelijke plannen met het Buytenpark? Geef s.v.p. kort uw mening op het daarvoor bestemde reactieformulier, onderaan deze pagina. en vraag vooral ook aan bevriende natuurliefhebbers, hetzelfde te doen. Doe op die manier mee aan onze actie: 'Laat het Buytenpark met rust'. Elke mening telt en wordt bijzonder op prijs gesteld!!
Lukt het u niet, tekst te plaatsen, stuur die dan per e-mail naar zoetermeernatuur@hotmail.com , dan maken wij het voor u in orde. Laat weten of behalve uw naam, ook uw e-mailadres geplaatst moet worden.
.
Op de bovenste foto een fraai uitzicht vanaf een hoog punt in het Buytenpark. Op de middelste foto een doorkijkje, waarbij een groot brok puin als een soort 'patrijspoort' dienst deed. Op de onderste foto: het Buytenpark is van zichzelf al avontuurlijk genoeg. Klik op een foto voor een vergroting.
.
Hieronder twee impressies (copyright Anja Polman) hoe de vierde baan er in het begrazingsgebied Buytenpark uit zou kunnen gaan zien. De onderste impressie toont de baan vanuit het westen gezien.
.
 
Alles_van_waarde_is_weerloos 
Vanuit_westen
.


 
Wilt u op de hoogte blijven van de ontwikkelingen rond de conceptvisie Buytenpark, en ander natuurnieuws? Neem dan vooral een abonnement op Rob's Natuurnieuwsbrief. Ruim 600 natuurliefhebbers gingen u reeds voor. Van harte aanbevolen!
31 augustus 2010
By on 19:21
Spinselmotrupsen smullen

Op steeds meer plaatsen in Zoetermeer zijn ontbladerde bomen en struiken te zien. Deze bieden een spookachtige aanblik. Het gaat hier om de jaarlijkse aantasting door de spinselmotrups, een indrukwekkend maar uiteindelijk onschuldig natuurverschijnsel. In het Streekblad van vrijdag 27 mei staat er een informatief artikel over, klik hier.

Ingrijpen door de mens (bij openbaar groen: gemeente Zoetermeer) gebeurt zelden, tenzij de aangetaste bomen en de daarin voorkomende grote aantallen rupsen woonhuizen belagen.

Onderstaande foto's zijn eind mei gemaakt in het Westerpark, © Rob Wiewel. Na de gemaakte foto's  zat ik zelf ook ònder de rupsen…

De onderste foto, eind juni gemaakt, laat zien dat bomen herstellen van de vraatzucht van de rupsen.Langzaamaan komen er steeds meer nieuwe bladeren aan de bomen.

Img_2733

Spinselmotrupsen

Img_2737

Img_2735

Img_2740

Img_2878


 

 

15 juni 2010
By on 19:45
Bosbrandgevaar


Bosbrand02 Met de aanhoudende zon en wind en het tekort aan neerslag is het op veel plaatsen in de natuur gortdroog. In sommige regio's wordt door middel van bebording en publiciteit dan ook aandacht gevraagd voor bosbrandgevaar. Ook in de groengbieden in Zoetermeer is wat mij betreft inmiddels een waarschuwing voor (bos)brandgevaar op zijn plaats. Bladeren en takken kraken en knisperen onder je schoenzolen. Een paar buien heffen de droogte niet op.

.

Roken en gebruikmaken van open vuur, bijvoorbeeld voor een barbecue, kunt u dus beter achterwege laten. Vliegvonken kunnen moeiteloos een brand(je) doen ontstaan.

Maar ook weggegooide of achtergelaten lege glazen flesjes zijn een duidelijke risicofactor. Ze kunnen fungeren als brandglas. Raap ze op als u ze ziet en neem ze mee. Fijn als u wilt meehelpen om brand in onze natuurgebieden te voorkòmen.

Wilt u weten waar er in Nederland sprake is van een neerslagtekort of juist een neerslagoverschot, klik dan hier. De naam van deze pagina op de KNMI site is niet helemaal juist; op het kaartje van Nederland wordt immers zowel het neerslagoverschot als het neerslagtekort getoond. De getallen zonder liggend streepje ervoor geven een neerslagoverschot aan in millimeters; de getallen met een liggend streepje ervoor geven een neerslagtekort aan in millimeters. Eén millimeter neerslag staat gelijk aan één liter water per vierkante meter.

Wilt u weten hoeveel neerslag in millimeters er de afgelopen 24 uur in Nederland is gevallen, klik dan hier.

24 april 2010
By on 11:33
Natuurontdekkingstocht voor kinderen

Hoera, er komt weer zo’n gave natuurontdekkingstocht van ‘boswachter’ Rob aan. We gaan lekker struinen door het Buytenpark, op donderdag 7 mei. Kinderen tussen 6 en 12 jaar zijn welkom. Snel aanmelden is slim, want er kunnen maar ongeveer tien kinderen mee.

Aanmelden kan nu al (hoe eerder hoe beter, maar in ieder geval vòòr dinsdag 5 mei) per mail naar: natuurexcursies@telfort.nl, o.v.v naam en leeftijd van kind(eren) en telefoonnummer. Je ontvangt daarna een antwoordmailtje van Rob. Daarin staat waar we verzamelen, hoe laat, hoe lang het duurt, enzovoort.

Rob neemt je mee naar de mooiste plekjes, de hoogste heuvels, hij vertelt je waarom sommige bomen omgezaagd zijn, over de dieren die er leven, of ze wel of niet gevoerd worden, of ze gevaarlijk zijn of niet. We kijken of we konijnen zien en fazanten, misschien ook roofvogels en vast en zeker zangvogels.

Neem een schrift of opschrijfboekje mee en een potlood, want je gaat in ieder geval opschrijven hoeveel vogelsoorten je hebt gehoord en/of gezien.

Deze natuurontdekkingstocht kan wel twee uur duren, dus het is niks voor watjes. Als je thuiskomt ben je misschien moe (die oude ‘boswachter’ niet eens!) maar dan weet je wel veel meer over de natuur dan nu.  Er moet een volwassene mee, dus je vader, moeder, je oudere broer of zus, oom of tante, opa of oma. Ze moeten wel een beetje conditie hebben, want we zijn ongeveer twee uur zoet. Dus niks voor watjes…

Kosten: 5 euro per kind, inclusief na afloop iets te eten en te drinken. Kinderen met een jeugdnatuurpas 2008/2009 kunnen gratis mee. Wel je pas meenemen graag!!

Kosten per volwassene: 10 euro, maar indien abonnee op mailservice: 7,50 euro.

Rob heeft een leuke gezinsverrekijker te koop, nu voor slechts 15 euro. In de winkel betaalt u voor een vergelijkbare verrekijker al gauw 25 euro. Interesse? Bijvoorbeeld voor de verjaardag van uw zoon of dochter, dit jaar? Of zomaar, als zinvol extraatje? Geef dat in uw mailtje aan, dan reserveert Rob een exemplaar voor u. De verrekijker wordt geleverd in cadeauverpakking, voordat de natuurontdekkingstocht begint of na afloop, tenzij iets anders is afgesproken. Afrekenen graag contant ter plaatse.

Verrekijker_2

18 april 2009
By on 11:14
Geldschieter gezocht

Mijn eerste ‘boswachtersboekje’ is een feit! Het heet: De natuur in met ‘boswachter’ Rob (deel 1). Ik beschrijf en laat met eigengemaakte foto’s (en illustraties van Hans Steinfort) zien wat je allemaal aan natuur in Zoetermeer kunt ontdekken.

Het boekje is speciaal gemaakt voor kinderen van 6 tot 12 jaar. De opzet is dusdanig dat ook kinderen buiten Zoetermeer er veel aan hebben. Het boekje telt bijna 50 pagina’s, is uitgevoerd in full color, heeft een stevige kaft en een ringbandje. Het formaat is A-6.

De productiekosten van 500 exemplaren bedragen circa € 2400,– exclusief BTW. Naarmate de oplage groter is, stijgen de kosten naar rato. Een offerte kan op verzoek worden overlegd.

Dat bedrag heb ik niet. Daarom zoek ik een geldschieter, een persoon, organisatie of instelling die het belangrijk vindt dat kinderen kennismaken met de natuur in hun eigen stad en daarom de kosten wil dragen. Het boekje kan worden uitgereikt aan kinderen die meegaan met excursies van Rob. Ook kan worden gedacht aan uitdelen/verkopen van het boekje op basisscholen waar Rob een spreekbeurt houdt.

De geldschieter die zijn of haar geld in dit maatschappelijk zinvolle project wil steken, wordt hartelijk uitgenodigd contact op te nemen met Rob Wiewel, in eerste instantie via de mail. Kent u zo iemand of bent u zo iemand of weet u een bedrijf, organisatie of instelling die dit graag wil doen, stuur dit bericht dan s.v.p. door.

Ik weet zéker dat het gaat lukken, dat het boekje kan worden geproduceerd. Dan heb ik er niet voor niets veel tijd, kennis, enthousiasme en energie in gestoken.

Kaft boekje. Illustratie: J. Steinfort

Kaft_boswachtersboekje

30 september 2008
By on 19:15